Historie van de rooms-katholieke kerk in Gouda

Historie van de rooms-katholieke kerk in Gouda


De zon breekt door

Hoe de rooms-katholieke kerk in deze streken terecht is gekomen.

Historie van de rooms-katholieke kerk in Gouda, deel 2

De lange 19de eeuw

In de tijd van de Hollandse Zending (periode 1622-1853) was het een geploeter voor de rooms-katholieken in Nederland als missiegebied. Het was een tijd, waarin de katholieke religie was verboden.

Na ruim twee eeuwen onderdrukking brak een nieuwe tijd aan. Die werd niet ingezet door de regenten van de oude Republiek maar door de legers van de Fransen. Al heel snel na de verovering werd de eerste grondwet afgekondigd.  Hierdoor was er vanaf 1795 sprake van godsdienstvrijheid. In het volgende jaar werden kerk en staat gescheiden, zodat de bevoorrechte positie van de gereformeerde kerk niet langer bestond.

Hoe veranderde nu de situatie voor de katholieken? Was het nu werkelijk gedaan met de achtergestelde positie? Natuurlijk niet, vooral niet omdat de Bataafse Republiek, zoals het nu heette, in feite een wingewest was voor de Franse bezetter. Wel waren er bijzondere ontwikkelingen, vooral in de periode 1806-1810 onder koning Lodewijk. Alle godsdienstige zaken kwamen onder een ministerie te vallen. In het zuiden kregen de katholieken een aantal kerken terug.  Grote broer Napoleon had al een concordaat (1) met de paus gesloten voor Frankrijk en Lodewijk wou dit nu voor Holland bewerkstelligen. En als echte Fransman, zonder kennis van schisma’s (2) of het protestantisme, toog hij aan het werk.  Het herstel van de Bisschoppelijke hiërachie voor zowel de roomse staties als voor de Oud-bisschoppelijk Cleresie werden onderwerp van gesprek. Het schisma zou dus worden genegeerd en terloops worden opgeheven.  Maar helaas was Napoleon niet tevreden over het koningschap van zijn broer en lijfde zonder pardon het hele gebied in bij Frankrijk. Hiermee ging ook de laatste kans verloren tot het samengaan van de hele katholieke kerk in Nederland.  Immers, Napoleon had al een concordaat en dat gold nu ook voor Nederland. Het schisma bleef bestaan.

Na de Franse Tijd bleef het ministerie voor erediensten bestaan. Koning Willem I zag het liefst alles strikt onder zij leiding gereguleerd. Daarom kwam het in 1827 tot een concordaat, waarbij er vier nieuwe bisdommen (Amsterdam, Den Bosch, Luik, Mechelen) zouden komen. Maar door de Belgische Opstand en de afscheiding van Belgie kregen de plannen geen vervolg. In 1833 werd er wel een wijbisschop toegelaten, Cornelius baron van Wijckersloot, bisschop van Curium i.p.i..  Geen Nederlandse bisschoptitel, dat was een stap te ver.  Zo konden er in Nederland voor het eerst sinds de reformatie weer het vormsel worden toegediend en kerken gewijd.  Voor de discriminatie maakte het niet veel uit.  

Na de Gasthuiskapel (in gebruik bij de Keijzerstraatstatie, de voorloper van de Onze Lieve Vrouw Hemelvaartparochie) kregen de katholieken opnieuw veel tegenwerking van protestantse zijde. In de jaren 1840-1850 poogden de beide staties (de Keijzerstraatstatie en de Josephstatie) een eigen rooms-katholieke begraafplaats aan te leggen, maar dit werd na fel protest tegengehouden.  De Goudse overledenen bleven naar de algemene begraafplaats gaan, zonder priesterlijk gebed en in ongewijde aarde. Wel met een stevige afdracht aan de hervormde kerk, die nog steeds het alleenrecht op de begraafplaats had.

Het concordaat van 1853 bracht zeer veel verandering. Het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie bracht veel zelfbewustzijn. Kloosters en scholen werden opgericht en de eigen zuil bracht goed onderwijs en zelfvertrouwen. Gouda groeide als gevolg van de opkomende industrie. Katholieken waren niet meer arm en de groep groeide.  De beide kerken, inmiddels parochiekerken, kregen ruimtegebrek. Aan de Kleiweg kocht de Onze Lieve Vrouw Hemelvaart-parochie grond en onder leiding van deken Malingré werd in 1879 een grote neogotische kerk gebouwd, de Kleiwegkerk, goed in het zicht. De Josephstatie deed het wat rustiger aan. De huizen voor de kerk waren al gekocht en in 1877 werden ze gesloopt, waarna er een trotse voorbouw met een kerktoren verscheen, goed in het zicht aan de Hoge Gouwe. Ook de droom van een eigen begraafplaats kwam uit. Wederom was het Malingré, die samen met de paters veel druk uitoefende op het gemeentebestuur.  Sinds 1890 is aan de Graaf Florisweg de rooms-katholieke begraafplaats in gebruik.  

Toen de kerktoren aan de Kleiweg in 1902 zijn voltooiing kreeg, was het duidelijk.  Maar de kroon was de bouw van een reusachtige nieuwe kerk met een 80 meter hoge toren, de nieuwe St.  Josephkerk aan de Hoge Gouwe.  In eeuwen waren de katholieken niet zo zichtbaar geweest. In mensen, kerkgebouwen, scholen, patronaatsgebouwen en wat al niet meer.  Zelden was een onderdrukte groep zo trots geweest op wat nu geheel op eigen kracht was bereikt. Gouda groeide en ook Korte Akkeren kreeg huizen en nieuwe bewoners. De paters op de Hoge Gouwe besloten tot het stichten van een extra kerk.  Eerst een rectoraatskerk, maar sinds 1940 was de Allerheiligst Sacramentskerk een echte parochiekerk.  De 19de eeuw was voor de katholieken een eeuw van emancipatie. Van een arme gediscrimineerde groep groeiden ze uit tot volwaardige burgers.

De expositie in de Antoniuszaal in Gouda laat diverse beelden zien bij deze historie. U bent van harte welkom voor of na een viering of tijdens openingstijden van het secretariaat.

Bart Wiekart

Marian Verhaegh

1. Een concordaat is een verdrag tussen een staat en de paus.

2. Een schisma is een scheuring tussen twee kerkopvattingen binnen de katholieke kerk. In de Nederlanden ontstond na 1702 een scheuring door de opvatting van organisatie. De Roomsen waren tevreden met de Hollandse Zending, feitelijk een missiegebied. De Oudbisschoppelijke Cleresie wenste de middeleeuwse structuur met bisschoppen weer ingevuld te zien.

Deze monstrans is één van de
voorwerpen die in de expositie
is te bekijken. Meer informatie
over ons bijzonder liturgische
vaatwerk vindt u op hier.

De Uitstorting

Hoe de rooms-katholieke kerk in deze streken terecht is gekomen.

Historie van de rooms-katholieke kerk in Gouda, deel 1

1200 – 1852

Wist u dat … de geschiedenis van onze parochie in Gouda ouder is dan Gouda zelf?

In het gebied (de huidige polder) Bloemendaal stichtte de bisschop van Utrecht in de 12de eeuw een kleine parochiekerk. Maar de stad werd met zijn strategische positie aan de Gouwe en de IJssel en zijn handel veel belangrijker en rijker. In 1272 kreeg Gouda daarom stadsrechten (van de graaf) en in 1278 kreeg Gouda zijn eigen parochiekerk. Het kapittel van Oudmunster te Utrecht onderhield deze kerk. Eeuwenlang was de St. Jan (dé Sint Jan in het centrum van Gouda) de enige parochiekerk voor de stad. Natuurlijk kwamen er ook kloosters.  Die hadden een kapel alleen voor eigen gebruik. Dit alles veranderde in 1572, toen de Watergeuzen Gouda veroverden. De katholieke religie werd verboden en de St. Jan werd geschikt gemaakt voor de Gereformeerde religie. Van de ene op de ander dag moesten de missen in het geheim worden gevierd. Gelukkig waren pastoor Schoonhoven en zijn opvolgers niet voor een kleintje vervaard. Eerst werden de kloosterkapellen gebruikt, maar na 1580 en de sluiting van de kloosters werden woonhuizen de schuilplaats. Pastoor Pieck vierde de mis vaak in zijn eigen huis. Zijn opvolger pastoor Purmerent kon met het geld van een aantal rijke katholieken vanaf 1615 weer een vaste plaats voor de bijeenkomsten kopen en inrichten. Hij kocht een aantal huizen op de plaats waar nu nog steeds de Oud-Katholieke kerk is gevestigd.

Interieur OLV-Hemelvaartkerk

Inmiddels was duidelijk dat in de Nederlanden er geen ruimte meer was voor bisschoppen en parochies. De godsdienst die was toegestaan was de gereformeerde religie. Voor de katholieke kerk werden Nederlanden een missiegebied, met als hoogste vertegenwoordiger een Apostolisch Vicaris. Deze had een aantal aartspriesters als ondersteuning. Omdat het een missiegebied was konden kloosterorden hun missionarissen sturen. De Jezuïeten waren de eersten en de eerste die zich vestigde was pater Borluyt. Hij kreeg in 1615 van de Rovenius, de Apostolisch Vicaris, toestemming daarvoor. Zijn opvolger, pater Martini, wist een aantal huizen aan de Keizerstraat te kopen, die de basis werden voor de kerk van Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming, beter bekend als de Keijzerstraatstatie. Hier kregen de katholieken een fraaie kerk. Maar het bleef moeilijk, want omdat  de rooms-katholieke religie verboden was, kregen alle staties te maken met vervolgingen. Vooral aan het begin van de 17de eeuw viel de baljuw (*) regelmatig binnen. Al snel ontdekten baljuws in heel Nederland, dat het lucratiever was om de katholieken af te knijpen en af te persen dan om werkelijk te vervolgen. Met als gevolg dat de staties in Gouda per jaar ongeveer 300 gulden moesten betalen om met rust te worden gelaten. De Jezuïeten daarentegen betaalden het dubbele, want die werden meer gevreesd. In de tweede helft van de 17de eeuw nam de druk af en kregen de statiepastoors meer lucht. Zo werd de Keijzerstraatstatie in 1665 vergroot en verfraaid.

Interieur St. Josephkerk 1767-1902

De Fransciscanen hadden al in de middeleeuwen een klooster gehad. Zij kwamen terug in Gouda in de persoon van pater Gregorius Simpernel. Hij meldde zich als assistent bij pastoor Purmerent in 1633. Maar na een ruzie tussen de beide geestelijken betrok Simpernel een huis aan de Hoge Gouwe  en in 1649 liet hij na zijn dood een mooie kerk met huis na. Deze St. Josephkerk bleef bestaan tot 1732, toen het gebouw wegens bouwvalligheid werd gesloopt. Pastoor Reynier van de Bosch bouwde een schitterende nieuwe Josephkerk, maar die brandde in 1767 helemaal af. Dat was het moment om een nieuwe, nog grotere kerk te bouwen. Maar ook deze bleef verborgen achter de gevel van het huis ervoor.

Intussen kwamen er nog een paar kleine staties: De Tol, die ook al werd gesticht in 1634 door een voormalige assistent van Purmerent, die met ruzie wegging. In 1795 gingen De Tol en de St. Jan de Doperstatie samen. De beide staties waren inmiddels losgekomen van de rooms-katholieke Kerk en tegenwoordig kennen we deze richting als Oud-Katholiek. Ook de andere statie, De Brasem, werd in 1621 gesticht door een priester die onmin had met Purmerent. Deze statie bleef bestaan tot 1814 en werd toen samengevoegd met de Keijzerstraatstatie. Maar de oude kerk was gammel en werd ook te klein. Dus pastoor Sem zocht een nieuw gebouw. De Gasthuiskapel leek hem geschikt. Maar de Lutheranen huurden deze nog. Omdat deze kapel te groot was voor de Lutheranen, wilden zij best vertrekken. Dat ging niet zonder slag of stoot. De burgemeester van Gouda was fel anti-papistisch en pas na een hard politiek gevecht kon in 1818 het gebouw worden betrokken. Daar zou de kerk steeds vaker Onze Lieve Vrouw Hemelvaart worden genoemd. Het was in deze tijd van de Hollandse Zending voor de katholieken een hoop geploeter. Hoewel het in de loop van de tijd beter ging, zou het pas in de tweede helft van de 19de eeuw echt beter gaan.

(*) Een baljuw is een overheidsdienaar, die verantwoordelijk was voor de ordehandhaving en misdaadbestrijding. In termen van nu: de officier van justitie en politiecommandant tegelijk.

De expositie in de Antoniuszaal in Gouda laat diverse beelden zien bij deze historie. U bent van harte welkom voor of na een viering of tijdens openingstijden van het secretariaat.



Sint Jan de Doper parochie