Bijzonder vaatwerk Gouda

Bijzonder vaatwerk Gouda


Bijzonder vaatwerk toegevoegd aan de expositie

De expositie over de historie van rooms-katholiek Gouda is sinds Pasen weer uitgebreid. Bijzondere stukken liturgisch vaatwerk uit de OLV Hemelvaartkerk waren eerder in de vitrines te bekijken.

Inmiddels kunt u weer nieuwe bijzondere exemplaren liturgisch vaatwerk komen bekijken in de expositie.  Wat hebben we voor u klaargezet in de vitrines?

Bijzondere stukken liturgisch vaatwerk uit de H Josephkerk zijn in de vitrines te bekijken. Het betreft vaatwerk uit de 17e, 18e en 20e eeuw, dat deels ook gebruikt is in de H Sacramentskerk.

We hebben een kelk uit 1661 voor u uitgezocht, die gemaakt is door Joannes Bogaert uit Amsterdam. Deze kelk is afkomstig uit de oude Sint Josephstatie. U treft ook een ciborie aan, waarvan het meesterteken nauwelijks zichtbaar is. Daarom kennen we de oorsprong niet exact. Hij is gemaakt door Tymen van Leeuwen uit Utrecht in 1653 of door Johannes Gerobolus uit Leiden in 1700. Beiden zijn een aantal jaren in bruikleen geweest bij het MuseumGouda.

De ciborie wordt door onze kosters tijdens een viering graag samen gebruikt met een kelk uit 1902, gemaakt door atelier Essers uit Weert. Deze zeer uitgebreide neogotische kelk werd door de parochianen van de nieuwe St. Josephkerk aan de Hoge Gouwe gegeven aan de bouwpastoor, pater Raymundus Tack. Een foto van de pater is in de expositie ook te zien. Deze kelk is jarenlang gebruikt op de Hoge Gouwe en daarna verhuisd naar de H. Sacramentskerk in Korte Akkeren.

Na de sluiting van deze kerk is hij naar de nieuwe H Josephkerk gekomen aan het Aalberseplein.

In Gouda hebben we ook meerdere monstransen in ons bezit. In de expositie stellen we nu een exemplaar uit de periode 1725-1750 tentoon, afkomstig uit een atelier in Utrecht.   

Deze monstrans heeft ofwel de brand van 1767 overleefd of hij is verkregen door de bouwpastoor pater Gerardus Kreussen, die de nieuwe kerk aan de Hoge Gouwe (de voorlopers van waar nu de Gouwekerk staat) in 1769 in gebruik nam. De monstrans is ooit meegegeven aan de nieuwe parochie H Sacrament in Korte Akkeren en na de sluiting teruggekeerd naar de parochiekerk H Joseph.

Processie

Maar ….. waarvoor en wanneer wordt zo’n monstrans eigenlijk gebruikt?

Tijdens een sacramentsprocessie wordt ook het Allerheiligste, zichtbaar als geconsacreerde hostie, meegedragen op straat, in een monstrans. De monstrans wordt door de pastoor gedragen, met een wit of gouden schoudervelum. Er wordt van de gelovigen verwacht dat ze eerbied tonen als het Allerheiligste passeert. Omdat een processie vaak zeer lang is kan zijn is er nog wel eens halverwege een rustpunt, meestal op een rustaltaar. Na de processie worden de gelovigen gezegend, het Allerheiligste opgeborgen in het tabernakel en de monstrans in de kluis opgeborgen.

Met het verbod op processies in ons land kreeg de monstrans een belangrijke plaats in het Plechtig Lof. Daarbij wordt eerbied betoont aan het Lichaam van Christus in de gedaante van het Allerheiligste Sacrament. Hiertoe wordt een geconsacreerde Hostie in de monstrans geplaatst. Toen na het Tweede Vaticaans Concilie uit 1963-1965 beide plechtigheden in veel plaatsen in Nederland en België in onbruik raakten, verdwenen veel monstransen in de kluis. Tegenwoordig worden ze weer gebruikt, omdat het in stilte aanbidden van de geconsacreerde hostie in veel kerken wordt gestimuleerd. Sommige monstransen kunnen zeer groot zijn, en zeer kostbaar versierd zodat de gelovigen ze van afstand kunnen aanbidden. Op bepaalde Hoogdagen zoals Sacramentsdag wordt vaak de beste monstrans uit de kluis gehaald en versierd met bloemen.

Verder hebben we ook liturgisch vaatwerk van recentere datum in de vitrines gezet, zoals een hostieschaal uit 1960. Daarvan weten we niet of die in Amsterdam of in het Limburgse Wittem is gemaakt. Dit is een bijzonder stuk vaatwerk, want terwijl het Vaticaans Concilie nog moest beginnen werd deze op een grote pateen lijkende schaal ontworpen voor het uitreiken van de hosties. De rest van de wereld werkte nog met de op een kelk lijkende ciborie.

Een ander recent voorwerp is een kelk uit Bodegraven, die in 1957 is gemaakt door H.J.Th. (Harry) van der Heijden.

Deze kelk is volgens de inscriptie aan de onderzijde van de kelk geschonken door de familie A. van Dijk-de Korte. Mogelijk was het een cadeau aan een net gewijde priesterzoon. Met pateen en kelklepeltje. Opvallend is de sierlijke maar eenvoudige vormgeving. Nog opvallender is, dat we een tweede sterk hier op lijkend exemplaar hebben.

Een bezoek aan de expositie bevelen we van harte bij u aan. De expositie is te bezoeken vóór en na iedere viering en tijdens openingstijden van het secretariaat op maandag-, woensdag- en vrijdagochtend.


Expositie

In de korte aanloop naar de kerksluiting zijn we er ook nog in geslaagd 400 (!) jaar historie summier zichtbaar te maken in de expositie die was opgetuigd in de Voorhof.


Dat was mogelijk door de verbinding die vele parochianen en ook oud-parochianen met de Onze Lieve Vrouw Hemelvaartkerk hebben en in tastbaar materiaal hebben
aangeboden en de hulp die we hebben gekregen bij het inrichten van de expositie. Zo mooi en waardevol dat we de expositie ook naar “de andere kant” hebben overgebracht.
De komende tijd gaan we aandacht besteden aan onze rooms-katholieke historie in Gouda. Dat doen we door de expositie uit te breiden en ook expositiemateriaal te wisselen.
In de komende periode zullen we u iedere keer een stukje van onze geschiedenis
voorschotelen. U bent overigens van harte uitgenodigd verhalen uit die geschiedenis in te sturen. Zo kunnen we laten zien dat we ook nu in 2021 een levende kerk zijn, waarvan de fundamenten in Gouda al 400 jaar geleden gelegd zijn.
Heeft u materialen en verhalen voor de expositie? Stuur ze dan naar tentoonstelling.gouda@sintjandd.nl of lever ze af op het secretariaat.

Marian Verhaegh en Bart Wiekart



Sint Jan de Doper parochie