Mijn verhaal

Mijn verhaal


Dat vormsel komt nog wel een keer

Op het moment dat ik dit schrijf is het de vrijdag na Pasen. Op het moment dat u dit leest is het om en nabij Pinksteren. Een verschil van zes weken. Een tijdspanne waarvan we in normale tijden zouden zeggen: dat is wel te overzien. Maar dit zijn geen normale tijden.

Zes weken voor Pasen was de mis waarin mijn vijf mede-geloofsleerlingen en ik ons aan u voorstelden. Tijdens die mis waren net de eerste voorzorgsmaatregelen afgekondigd: geen wijwater, geen handen schudden tijdens de vredesritus, geen hostie op de tong. We deden er wat lacherig over en schudden elkaar na afloop van de mis toch de hand. Maar wisten wij veel dat dat voorlopig een van de laatste missen zou zijn die wij fysiek zouden meemaken.

Nu, zes weken later, is de samenleving onherkenbaar veranderd. En tegelijk hebben we nu nog geen idee van hoe het zal zijn met Pinksteren. Mogen we voorzichtig weer bijeenkomen met kleine groepen? Maken we plannen om de mis te vieren met anderhalve meter tussen ons in? Of moeten we het doen met de oproep om toch vooral vol te houden, terwijl de maatregelen niet versoepeld zijn of misschien zelfs nog wel verder aangescherpt? Het lijkt alsof onzekerheid nu de enige zekerheid is.

Wat wel zeker is, is dat onze opname in de kerk met Pinksteren voor onbepaalde tijd is uitgesteld. Onze voorbereidende bijeenkomsten zijn sinds half maart niet meer doorgegaan. We krijgen het materiaal voor deze bijeenkomsten, ook al gaan ze niet door, nog steeds gemaild. Maar in je eentje een tekst lezen, tussen de zorg voor de kinderen en het videobellen met collega’s door, is toch anders dan als groep bijeenkomen. De band die we de afgelopen maanden hebben opgebouwd,

die heeft gemaakt dat we de bijeenkomsten als steeds waardevoller zijn gaan ervaren, dat vervang je niet zomaar door een mail-to-all.

Binnen onze groep houdt het ons allemaal op de een of andere manier wel bezig. Een aantal van ons heeft jonge kinderen en heeft nu dus een uitdaging met de opvang. Iemand is zwanger. Een van ons werkt als vrijwilliger in het ziekenhuis. Een ander heeft weer een partner die vliegt, onder meer op New York. Heel eerlijk gezegd heeft het proces van opname in de kerk bij mij niet bovenaan het prioriteitenlijstje gestaan in de afgelopen weken. En ik kan me voorstellen dat dit voor anderen ook zo is geweest.

Totdat er tijdens de livestreammissen in de Goede Week opeens voor de geloofsleerlingen werd gebeden. Opeens was het besef daar: hé, dit gaat ook over mij. En het besef dat ik, ondanks dat het nog even gaat duren voordat ik er echt bij hoor, me wel verbonden voel met de geloofsgemeenschap. Ik mag bijdragen aan de techniek van de livestreams en daardoor deze missen ter plekke meemaken. Het is vreemd om met zo weinig mensen de mis te vieren, maar daardoor juist ook heel bijzonder.

Zo blijven we met elkaar kerk, ook in tijden van corona, zelfs zonder fysiek bij elkaar te komen. We blijven zorgdragen voor elkaar. Er ontstaan vernieuwingen waar we, ook als dit eenmaal voorbij is, nog profijt van zullen heb- ben. Daarmee is het voor mij toch Pinksteren, ook zonder het vormsel te ontvangen. De Heilige Geest doet ons omzien naar elkaar en doet de kerk herboren worden, zelfs – of misschien wel juist – in deze ellendige tijd. En dat vormsel komt dan nog wel een keer.

Geloofsleerling



Sint Jan de Doper parochie