Houdingen in de Liturgie

Aangemaakt op: ma 26 november • Laatste update op: ma 26 november • Bekeken: 153 keer.

Vanaf het eerste weekend van de Advent, het weekend van 1-2 december 2018, zijn we in onze parochie onze houdingen in de liturgie aan gaan passen aan de wereldwijde praktijk van onze kerk. In alle kerken liggen kaarten met uitleg van de diverse houdingen en de momenten om deze toe te passen in de liturgie.

Onderaan deze pagina kunt u het artikel lezen wat pastoor Van Klaveren schreef in De Voorloper 2018-6: Staan voor de Heer. zie: file://nas/19_cps/Documenten/Staan%20voor%20de%20Heer.pdf Hier een uitleg over de verschillende houdingen:

Zitten: Het is een rustige houding, zodat we des te geconcentreerder kunnen luisteren. Tijdens de lezingen  mogen we zitten, als ook tijdens de verkondiging en de offerande.

Staan: Opstaan voor iets of iemand is een teken van eerbied. We doen het om te benadrukken dat we iets belangrijk vinden. Staan vergt, in tegenstelling tot zitten, enige moeite en is op die manier een handeling van respect. Het is de moeite waard om voor op te staan. Zo staan we recht bij het binnenkomen en buitengaan van de priester. Zonder hem zouden we immers geen Mis hebben. Verder gaan we staan bij het Gloria (loflied aan God), tijdens het evangelie (het Woord van God) en tijdens het Credo (het belijden van ons geloof aan God). We staan steeds  als we ons in ons gebed richten tot God. Zeker bij het Eucharistisch Gebed staan we recht. Op dit moment komt Christus echt in ons midden in he brood en de wijn op het altaar.

Knielen: Dit is een houding die sinds het Tweede Vaticaans Concilie wat in onbruik is geraakt. Knielen is, nog meer dan staan, een houding van eerbied. Meer nog: het is een houding van nederigheid. Men maakt zich letterlijk klein voor iets groters, in ons geval voor God. Dit geeft nog meer aan hoe belangrijk dit moment in de Mis is. Knielen is ook een mooie houding om te bidden, om jezelf even klein te maken en nederig dank te zeggen of hulp te vragen.

Kruisteken: Dit gebaar is het bekendste christelijk symbool dat er is. Christus stierf aan het kruis en wij brengen dat telkens in herinnering door het met onze rechterhand over ons lichaam te maken. We noemen daarbij de namen van de drie goddelijke personen waaruit God bestaat: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Daarin geloven wij: in die Drievuldigheid, en dat bevestigen wij met het woordje Amen: zo is het. Op deze manier is het kruisteken de kortste samenvatting van ons geloof. Elke Mis begint met een kruisteken en eindigt ermee. Hetzelfde geldt voor veel individuele gebeden. Het is een teken van ons vertrouwen met God. Hier is het de gewoonte van eerst het voorhoofd aan te raken, dan de borst en vervolgens linker- en rechterschouder. In de oosters-orthodoxe kerken is het echter de gewoonte om eerst de rechter en dan pas de linkerschouder aan te raken.

Drie kruisjes: Bij de lezing van het evangelie maken we drie kleine kruisjes. Een op het voorhoofd (het verstand): we drukken het verlangen uit te begrijpen wat Christus ons wil vertellen in het evangelie. Een op de mond (het spreken): dit wijst op hoe we de boodschap van Christus zelf willen verspreiden, door er over te spreken.  Een op de borst (het hart, het gevoel): dat die boodschap ook onszelf mag doordringen.

 

 

Klik hier om terug te gaan naar het nieuwsoverzicht.