Coockies
Deze website gebruikt coockies om de site goed te laten functioneren. Alle coockies worden automatisch verwijderd na dat u de site weer heeft verlaten. Alleen de filters van het vieringenrooster en uw keuze van deze melding blijft op uw computer achter. Als u inlogt als beheerder stemt u in met coockies die het beheren mogelijk maken.

Gegevens
Als u gegevens achter laat op deze website gaan we daar zo goed mogelijk mee om. Bekijk ons privacybelijd voor meer informatie.

Accepteren en doorgaan Weigeren en afsluiten

Lezingen, overweging 4e zondag vastentijd

Aangemaakt op: di 24 maart '20 • Bekeken: 43 keer.

Veel kerken zullen in verband met het coronavirus geen vieringen hebben, waardoor we onze eigen ‘thuiskerk’ mogen houden. Alleen en toch samen! Het thema van dit weekend leent zich daar goed voor. Sterkte en houd goede moed! Pater Kees Maas

 

Eerste Lezing: I Sam 16, 1b,6-7+10-13a

In die tijd sprak Jahwe tot Samuël: ‘Vul een hoorn met olie: Ik zend u naar Isaï de Betlehemiet, want een van diens zonen heb Ik voor het koningschap bestemd. Toen zij aankwamen, viel zijn blik op Eliab en hij dacht: `Die daar voor Jahwe staat is ongetwijfeld zijn gezalfde!'  Maar Jahwe zei tot Samuël: `Ga niet af op zijn voorkomen of zijn rijzige gestalte; hem wil ik niet. Want God ziet niet zoals een mens ziet; een mens kijkt naar het uiterlijk, maar Jahwe naar het hart.'  Zo stelde Isaï zeven van zijn zonen aan Samuël voor, maar Samuël zei tot Isaï: `Geen van hen heeft Jahwe uitverkoren.'  Daarop vroeg hij aan Isaï: `Zijn dat al uw jongens?' Hij antwoordde: `Alleen de jongste ontbreekt; die hoedt de schapen.' Toen zei Samuël tot Isaï: `Laat die dan halen, want we gaan niet aan tafel voordat hij hier is.'  Isaï liet hem dus halen. De jongen was rossig, had mooie ogen en een prettig voorkomen. Nu zei Jahwe: `Hem moet gij zalven: hij is het.'  Samuël nam dus de hoorn met olie en zalfde hem te midden van zijn broers. Sedert die dag was de geest van Jahwe vaardig over David.

 

Zo spreekt der Heer…

 

Tweede Lezing: Eph. 5, 8-14.

Dierbare,  eens waart gij duisternis, nu zijt gij licht door uw gemeenschap met de Heer. Leeft dan ook als kinderen van het licht, en de vrucht van het licht kan alleen maar zijn: goedheid, gerechtigheid, waarheid. Tracht te ontdekken wat de Heer behaagt. Neemt geen deel aan hun duistere en onvruchtbare praktijken, brengt ze liever aan het licht. Wat deze lieden in het geheim doen is te schandelijk om ook maar over te spreken. Alles echter wat aan het licht wordt gebracht, komt in het licht tot helderheid. En alles wat verhelderd wordt, is zelf ‘licht’ geworden. Zo zegt ook de hymne: 'Ontwaak, slaper, sta op uit de dood, en Christus’ licht zal over u stralen.'

 

Evangelie Joh 9,1-41: genezing van de blindgeborene.

In die tijd zag Jezus in het voorbijgaan een man die blind was van zijn geboorte af. Zijn leerlingen vroegen Hem: “Rabbi, wie heeft gezondigd, hijzelf of zijn ouders, dat hij blind geboren werd?” Jezus antwoordde: “Noch hij noch zijn ouders hebben gezondigd, maar de werken Gods moeten in hem openbaar worden. Wij moeten de werken van Hem die Mij gezonden heeft, verrichten zolang het dag is. Er komt een nacht en dan kan niemand werken. Zolang Ik in de wereld ben, ben Ik het licht van de wereld.” Toen Hij dit gezegd had, spuwde Hij op de grond, maakte met het speeksel slijk, bestreek daarmee de ogen van de man en zei tot hem: “Ga u wassen in de vijver van de Siloam,” – wat betekent: gezondene –. Hij ging er naar toe, waste zich en kwam er ziende vandaan.

Zijn buren nu en degenen die hem vroeger hadden zien bedelen, zeiden: “Is dat niet de man, die zat te bedelen?” Sommigen zeiden: “Inderdaad, hij is het.” Anderen: “Neen, hij lijkt alleen maar op hem.” Hijzelf zei: “Ik ben het.” Toen vroegen ze hem: “Hoe zijn dan uw ogen geopend?” Hij antwoordde: “De man die Jezus heet, maakte slijk, bestreek daarmee mijn ogen en zei tot mij: Ga naar de Siloam en was u. Ik ben dus gegaan, waste mij en kon zien.” Ze vroegen hem toen: “Waar is die man?” Hij zei: “Ik weet het niet.” Men bracht nu de man die blind geweest was bij de Farizeeën; de dag waarop Jezus slijk had gemaakt en zijn ogen geopend, was namelijk een sabbat. Ook de Farizeeën vroegen hem dus, hoe hij het gezicht herkregen had. Hij zei hun: “Hij deed slijk op mijn ogen, ik waste mij en ik zie.” Toen zeiden sommige Farizeeën: “Die man komt niet van God, want Hij onderhoudt de sabbat niet.” Anderen zeiden: “Hoe zou een zondig mens zulke tekenen kunnen doen?” Zo was er verdeeldheid onder hen. Zij richtten zich opnieuw tot de blinde en vroegen: “Wat zegt gijzelf van Hem, daar Hij u toch de ogen geopend heeft?” Hij antwoordde: “Het is een profeet.” De Joden wilden niet van hem aannemen, dat hij blind was geweest en het gezicht herkregen had, eer zij de ouders van de genezene hadden laten komen. Zij stelden hun toen de vraag: “Is dit uw zoon, die volgens uw zeggen blind geboren is? Hoe kan hij dan nu zien?” Zijn ouders antwoordden: “Wij weten, dat dit onze zoon is en dat hij blind is geboren, maar hoe hij nu zien kan, weten wij niet; of wie zijn ogen geopend heeft, wij weten het niet. Vraagt het hemzelf, hij is oud genoeg en zal zelf zijn woord wel doen.” Zijn ouders zeiden dit omdat zij bang waren voor de Joden, want de Joden hadden reeds afgesproken dat al wie Hem als Messias beleed uit de synagoge gebannen zou worden. Daarom zeiden zijn ouders: “Hij is oud genoeg, vraagt het hemzelf.” Voor de tweede maal riepen zij nu de man die blind was geweest bij zich en zeiden hem: “Geef eer aan God. Wij weten dat die man een zondaar is.” Hij echter antwoordde: “Of Hij een zondaar is, weet ik niet, Een ding weet ik wel: dat ik blind was en nu zie.” Daarop vroegen zij hem wederom: “Wat heeft Hij met u gedaan? Hoe heeft Hij uw ogen geopend?” Hij antwoordde: “Dat heb ik al verteld, maar gij hebt niet geluisterd. Waarom wilt gij het opnieuw horen. Wilt gij ook soms leerlingen van Hem worden?” Toen zeiden zij smalend tot hem: “Jij bent een leerling van die man, wij zijn leerlingen van Mozes. Wij weten dat God tot Mozes gesproken heeft maar van deze weten wij niet waar Hij vandaan is.” De man gaf hun ten antwoord: “Dit is toch wel wonderlijk, dat gij niet weet vanwaar Hij is; en Hij heeft mij nog wel de ogen geopend. Wij weten dat God niet naar zondaars luistert, maar als iemand godvrezend is en zijn wil doet, dan luistert Hij naar zo iemand. Nooit in der eeuwigheid heeft men gehoord, dat iemand de ogen van een blindgeborene heeft geopend. Als deze man niet van God kwam, had Hij zoiets nooit kunnen doen.” Zij voegden hem toe: “In zonden ben je geboren, zo groot als je bent, en jij wilt ons de les lezen?” Toen wierpen ze hem buiten. Jezus vernam dat men hem buiten geworpen had en toen Hij hem aantrof, zei Hij: “Gelooft ge in de Mensenzoon?” Hij antwoordde: “Wie is dat, Heer? Dan zal ik in Hem geloven.” Jezus zei hem: “Gij ziet Hem, het is Degene, die met u spreekt.” Toen zei hij: “Ik geloof, Heer.” En hij wierp zich voor Hem neer. En Jezus sprak: “Tot een oordeel ben Ik in deze wereld gekomen, opdat de niet-zienden zouden zien en de zienden blind worden.” Enkele Farizeeën die bij Hem stonden, hoorden dit en zeiden tot Hem: “Zijn ook wij soms blind?” Jezus antwoordde: “Als gij blind waart, zoudt gij geen zonde hebben, maar nu gij zegt: wij zien, blijft uw zonde.”

 

Overweging

 

‘Was nu maar naar Specsavers gegaan.’ Kent U die reclame?

De vrouw die haar jonge vriend wil ontmoeten, maar dan per vergissing een oude man omhelst. ‘Was nu maar naar Specsavers gegaan….’

 

Dierbare vrienden, Kijken en kijken is twee. Je kunt heel zakelijk kijken, kijken, puur met je verstand, Je kunt ook kijken met je hart. Dat is heel anders kijken.

Iemand die onkruid moet verdelgen langs de snelweg, kijkt anders naar bloemen en planten, dan iemand die oog heeft voor al het wonderlijke in de natuur.

En als je jongste kleinkind van groep I of II een tekening van school meebrengt, dan kun je ernaar kijken en niks zien in die warboel van lijnen en kleuren.

Maar als je er echt naar kijkt, als opa of oma, met de ogen van je hart, dan zie je in die tekening de genegenheid van je kleinkind, die jou daarmee wil verrassen.

Het is een kwestie van visie, van kijken.

 

Onlangs ontmoette ik een echtpaar: hun zoon bezorgt hen veel verdriet. hij is aan drugs verslaafd en heeft een zware misdaad gepleegd om aan geld te komen.

Hij moet daar een jaar voor zitten. Toch blijven zijn ouders naar hem kijken met positieve ogen. Het is en blijft hun kind; ze zien ook het goede in hem; wat niemand anders ziet.

Hij is meer dan zijn misdaad!! Dat is de visie van zijn ouders.

Een kwestie van visie. Hoe kijken wij naar mensen? Met welke ogen? Wat voor bril hebben we op? Een donkere bril, die de zaken donker inziet? Of een bril die de zaken misvormt? Een bril, die graag oordeelt en veroordeelt? Een bril, die alleen de buitenkant ziet?

Of een bril die kijkt naar het hart…

In de eerste lezing zien we hoe de profeet Samuel een nieuwe koning komt kiezen uit de zonen van Isai.

Al diens zonen worden voorgeleid, een voor een: allemaal knappe kerels, met de nodige capaciteiten en diploma's op zak. Samuel denkt, dat daar de kroonpretendent wel bij zit.

Maar telkens zegt God hem: ‘Dat is hem niet.’ Want, zo staat er: "God ziet niet zoals een mens ziet; een mens kijkt naar het uiterlijk, maar de Heer naar het hart".

Tenslotte wordt de jongste, die achter de schapen aanloopt, naar huis gehaald. Een jong broekie, rossig, onervaren. En juist die wordt uitgekozen. Een kwestie van visie.

Het is de manier waarop God naar ieder van ons kijkt.

In het lange evangelie van vandaag maken we iets merkwaardigs mee. Een blindgeborene wordt ziende. Jezus geneest hem. En hij ziet dan in Jezus de Mensenzoon, de Redder.

Hij ziet naar hem met gelovige ogen. Een kwestie van visie, van kijken met het hart.

En de farizeeën, die eigenlijk beroepsgelovigen zijn, die het allemaal zogenaamd haarscherp zien, zijn ziende blind. Zij zien alleen de buitenkant; ze staren zich blind op de wet, die in hun ogen superheilig is. Ze vergeten, waar het echt op aan komt: om het heil van deze mens.

Kijken en kijken is twee. Misschien mogen ook wij onze eigen ogen eens laten testen, naar Specsavers gaan. Mogen we eens met andere ogen kijken, Met nieuwe ogen kijken naar onze kinderen, partner, familie, vrienden. En dan kijken naar het hart. Naar de binnenkant van de ander. En dan zeggen: 'Ik zie iets goeds in jou!'

Zouden we dat vandaag eens durven doen? Kijken naar iemand, die je na staat, met nieuwe ogen en dan het goede in de ander zien. Een kwestie van visie. Amen.

 

Voorbeden: ref. Wanneer ik roep tot U, verhoor mijn gebed.

 

  1. Keren we ons tot God en bidden wij vol vertrouwen tot Hem, die ons kent bij name, die onze harten doorgrondt.

 

  1. Voor de leiders van de volkeren, dat zij zich niet blindstaren op eigenbelang; maar dat zij inzien wat deze wereld werkelijk ten goede komt; dat het echte welzijn van mensen hen ter harte mag gaan.

Laat ons bidden…

 

  1. Voor hen die leiding geven binnen de kerken; dat zij oog hebben voor wat er omgaat in mensen; dat zij respect opbrengen voor ieders eigenheid; dat zij liever bevrijden dan kleineren.

Laat ons bidden...

 

  1. Voor alle mensen ter wereld, die geconfronteerd worden met de coronacrisis, dat deze ons dichter bij elkaar mag brengen en ons bewust maakt van onze eigen verantwoordelijkheid in de zorg voor de gezondheid n in de zorg om onze aarde.

Laat ons bidden…

Andere intenties....

 

  1. God van het verbond, doe ons en deze wereld opstaan en genezen uit onze blindheid.

Moge Christus over ons lichten en ons een nieuwe visie geven. Amen.

Klik hier om terug te gaan naar het nieuwsoverzicht.